Overgang & hormoontherapie

Bio-identieke hormonen en borstkanker: wat zegt het onderzoek?

Wat het WHI-onderzoek werkelijk liet zien, wat “bio-identiek” betekent en waarom mogelijk veiliger niet hetzelfde is als zonder risico.

Bronnen geraadpleegd: · 13 bronverwijzingen

Lees de samenvatting van één minuut ↓

Onderzoek en tekst met AI-ondersteuning. Niet onafhankelijk beoordeeld door een vakdeskundige. Over ons & werkwijze.

De conclusie in één minuut

Oud onderzoek is soms te breed toegepast. Dat betekent niet dat bio-identieke hormonen geen borstkankerrisico geven.

Werkzaam is niet hetzelfde als risicoloos: hormoontherapie kan hinderlijke overgangsklachten sterk verlichten. Sommige behandelingen verhogen de kans op borstkanker; dat maakt behandeling niet automatisch onverstandig.

  • WHI is niet ontkracht. Het onderzocht specifieke hormoonpillen bij gemiddeld oudere vrouwen. De resultaten gelden niet automatisch voor elke huidige behandeling.
  • Bio-identiek beschrijft de moleculaire structuur, niet de veiligheid. Ook estradiol en progesteron kunnen bijwerkingen hebben.
  • Met progesteron is het borstkankerrisico mogelijk lager dan met sommige andere progestagenen. Dat bewijst niet dat estradiol plus progesteron geen extra risico geeft, zeker bij langdurig gebruik.
  • Bij veel gezonde vrouwen met hinderlijke klachten kan de afweging gunstig zijn vóór 60 jaar of binnen 10 jaar na de menopauze. Het precieze middel en persoonlijke risicofactoren blijven bepalend.

Algemene informatie, geen persoonlijk behandeladvies. Bespreek middel, dosis, voorgeschiedenis en gebruiksduur met je behandelaar. Verander je behandeling niet op basis van dit document alleen.

1. Eerst het belangrijkste onderscheid

Bio-identiek betekent dat een hormoon dezelfde moleculaire structuur heeft als een hormoon dat het lichaam zelf maakt. Bij overgangstherapie gaat het vooral om 17-beta-estradiol en progesteron. “Gemicroniseerd” progesteron is progesteron in zeer kleine deeltjes, zodat het als geneesmiddel beter kan worden opgenomen. Het woord zegt niets over een bewezen afwezigheid van kankerrisico.[6]

Geregistreerde geneesmiddelen

Bijvoorbeeld estradiol als pleister, gel, spray of tablet, en gemicroniseerd progesteron als capsule. Dit kunnen dus gewone, regulier voorgeschreven bio-identieke hormonen zijn. Samenstelling, productie en productinformatie vallen onder geneesmiddelentoezicht.

Op maat gemaakte mengsels

In het Engels compounded bioidentical hormones: bijvoorbeeld een speciaal samengestelde hormooncrème of een implantaat. Hiervoor is niet automatisch hetzelfde bewijs beschikbaar over dosering, opname, werkzaamheid en veiligheid van het eindproduct.

Er kan een goede medische reden zijn voor een apotheekbereiding, bijvoorbeeld een allergie voor een hulpstof. Maar “op maat” is op zichzelf geen bewijs dat een middel veiliger of effectiever is. ACOG, de Amerikaanse beroepsvereniging van gynaecologen, adviseert dergelijke mengsels niet routinematig te gebruiken als een geschikt geregistreerd geneesmiddel beschikbaar is. De Amerikaanse regelgeving is niet dezelfde als de Nederlandse; het ontbreken van bewijs dat zulke bereidingen veiliger zijn blijft wel relevant.[7]

Ook handig om te weten: progesteron is één van de progestagenen, de verzamelnaam voor middelen met een progesteronachtige werking. Andere progestagenen zijn bijvoorbeeld medroxyprogesteronacetaat (MPA), dydrogesteron en levonorgestrel. Dydrogesteron is niet bio-identiek, ook al zijn sommige veiligheidsgegevens relatief gunstig. “Bio-identiek versus synthetisch” is dus een te eenvoudige indeling; ook bio-identieke geneesmiddelen worden industrieel vervaardigd.[5][6]

2. Wat gebeurde er werkelijk met het WHI-onderzoek?

Met “dat onderzoek” wordt meestal de Women's Health Initiative (WHI) bedoeld, vooral de publicatie uit 2002. Het ging om twee grote Amerikaanse onderzoeken waarin door loting werd bepaald of vrouwen hormonen of een placebo — een pil zonder werkzame stof — kregen. De vrouwen waren 50 tot 79 jaar; gemiddeld ongeveer 63 jaar. De centrale vraag was de afweging van voordelen en risico's bij het voorkomen van chronische ziekten, niet alleen het behandelen van opvliegers rond de laatste menstruatie.[1][2]

Onderzoek A: combinatie

16.608 vrouwen met een baarmoeder. Zij kregen dagelijks pillen met een mengsel van oestrogenen, afgekort CEE, plus het progestageen MPA, of placebo.

Deze combinatie was niet estradiol plus gemicroniseerd progesteron.

Onderzoek B: alleen oestrogeen

10.739 vrouwen zonder baarmoeder. Zij kregen CEE zonder toegevoegd progestageen, of placebo.

Dit was een andere groep vrouwen, geen directe gerandomiseerde vergelijking tussen behandelingen “met of zonder progesteron”.

In 2002 werd de combinatietrial vroegtijdig gestopt: er waren meer borstkankerdiagnoses en de totale baten-risicobalans was ongunstig. In 2004 stopte ook de trial met alleen oestrogeen, maar niet wegens meer borstkanker; het verhoogde beroerterisico speelde daar een belangrijke rol.[1][12]

Wat is er terecht aan de kritiek?

  • De gemiddelde deelnemer was ouder dan veel huidige starters. De uitkomsten zijn niet zonder meer een persoonlijk risicoprofiel voor een gezonde vrouw van 51 met ernstige opvliegers.
  • Er werden specifieke pillen getest. Niet alle hormonen, doseringen en toedieningsvormen. Zeker geen directe vergelijking met de huidige combinatie van een estradiolpleister en progesteron.
  • Verschillende gezondheidsuitkomsten zijn te vaak op één hoop gegooid. Leeftijd en het moment van starten zijn belangrijk voor de totale afweging, vooral voor hart- en vaatziekten. Dat bewijst niet dat vroeg starten het borstkankerrisico wegneemt.

Ook waren er beperkingen, zoals deelnemers die stopten met de toegewezen behandeling en minder volledige registratie van diagnoses in latere jaren. Zulke beperkingen moeten meewegen, maar maken een groot gerandomiseerd onderzoek niet ineens waardeloos. De latere gegevens wijzen nog steeds op een verhoogd borstkankerrisico bij de onderzochte combinatie.[2][6]

Wat bleek bij de langdurige follow-up?

Een publicatie in JAMA uit 2020 beschreef de resultaten van het langdurig volgen van de oorspronkelijke groepen. Voor borstkankerdiagnoses bedroeg de mediane follow-upduur 18,9 jaar in het onderzoek naar de combinatie en 16,2 jaar in het onderzoek naar alleen oestrogeen. De onderstaande aantallen zijn omgerekend naar gemiddelde jaarlijkse cijfers over die periode.[2]

WHI 2020: borstkankerdiagnoses per 10.000 vrouwen per jaar
Oorspronkelijk toegewezen behandelingHormoongroepBijbehorende placebogroepVerschil
CEE + MPA, baarmoeder aanwezig45369 extra
CEE alleen, na baarmoederverwijdering30377 minder

Afgerond op basis van de gerapporteerde jaarpercentages. Het relatieve risico op een borstkankerdiagnose was ongeveer 28% hoger bij CEE + MPA en 22% lager bij CEE alleen; beide verschillen waren statistisch significant. De twee rijen hebben elk hun eigen placebogroep. Ze vormen geen zuivere vergelijking waarmee alleen het effect van het toevoegen van MPA wordt getest.

Bij de combinatie verschilde de sterfte aan borstkanker niet statistisch significant van die in de placebogroep. Dat betekent niet dat een verschil in sterfte is uitgesloten: daarvoor waren de aantallen te klein en de onzekerheidsmarges te ruim. Bij CEE alleen werden zowel minder diagnoses als minder sterfgevallen door borstkanker gevonden.[2]

Langdurig volgen is niet hetzelfde als langdurig hormoongebruik. De toegewezen behandeling duurde mediaan 5,6 jaar bij CEE + MPA en 7,2 jaar bij CEE alleen. Dit was dus geen onderzoek naar twintig jaar onafgebroken behandeling. Vermenigvuldig de gemiddelde jaarlijkse verschillen ook niet zomaar met twintig.

Is hormoontherapie dan ten onrechte tegengehouden?

Na de eerste WHI-resultaten daalde het hormoongebruik sterk. De stap van “deze specifieke combinatie heeft nadelen” naar “hormonen zijn voor iedere vrouw een slechte keuze” was te groot. Maar het omgekeerde verhaal — “het onderzoek klopte niet, dus bio-identieke hormonen hebben geen risico” — is evenmin juist. Moderne richtlijnen erkennen hormoontherapie uitdrukkelijk als behandeloptie; geregistreerde bio-identieke middelen zijn onderdeel van de reguliere zorg.[3][6][10]

En de recente Amerikaanse wijziging van waarschuwingen?

De FDA bevestigde op 12 februari 2026 dat voor zes producten wijzigingen waren goedgekeurd waarbij teksten over onder meer borstkanker uit het meest prominente waarschuwingskader, de boxed warning, werden verwijderd. Dit traject was in november 2025 gestart. Dat is een verandering in Amerikaanse risicocommunicatie, geen nieuw onderzoek dat nul risico aantoont. Het betekent evenmin dat bij alle producten alle waarschuwingen uit de volledige productinformatie zijn verdwenen.[13]

3. Zijn estradiol en progesteron dan veiliger?

Aanwijzingen, geen vrijbrief
Het is verdedigbaar dat bepaalde moderne combinaties gunstiger zijn dan de oude WHI-combinatie. Het is niet bewezen dat ze daardoor geen extra borstkankerrisico hebben.

Waar komt het optimisme vandaan?

In het Franse E3N-onderzoek werden 80.377 vrouwen gevolgd. Oestrogeen plus progesteron hing samen met minder borstkanker dan oestrogeen plus een groep andere progestagenen. Vergeleken met vrouwen die nooit hormoontherapie hadden gebruikt, was het geschatte relatieve risico:

  • 1,00 bij oestrogeen plus progesteron; onzekerheidsmarge 0,83–1,22;
  • 1,69 bij oestrogeen plus andere onderzochte progestagenen, behalve dydrogesteron; onzekerheidsmarge 1,50–1,91.

Een waarde van 1,00 betekent dat de beste schatting geen verschil liet zien. Maar de onzekerheidsmarge sloot bijvoorbeeld een toename van circa 22% niet uit. Dit is een gemiddelde over het onderzochte gebruik, geen garantie voor elke gebruiksduur.[4]

Een systematisch overzicht uit 2016 vond eveneens een lagere kans bij oestrogeen plus progesteron dan bij oestrogeen plus synthetische progestagenen. Maar het steunde op slechts drie observationele studies. “Lager dan bij een andere behandeling” is bovendien niet hetzelfde als “even laag als zonder behandeling”.[5]

Waarom is dit nog geen hard bewijs?

In een observationele studie worden vrouwen vergeleken die al een behandeling gebruiken. Hun behandeling wordt niet door loting toegewezen: ze kunnen verschillen in gezondheid, leefstijl, eerdere behandelingen en controles. Statistische correcties helpen, maar nemen niet alle verschillen weg. En grote aantallen vrouwen in de totale studie betekenen niet automatisch dat er veel gegevens zijn over jarenlang gebruik van één specifieke combinatie.

Een grote internationale analyse uit 2019 vond bij langduriger gebruik geen overtuigende algemene uitzondering voor gemicroniseerd progesteron. De Amerikaanse Menopause Society schrijft daarom dat sommige, maar niet alle observationele gegevens op een lager risico wijzen, en dat gerandomiseerd onderzoek nodig is om dit te bevestigen. Ook een overzichtsartikel uit 2026 benoemt dit ontbrekende gerandomiseerde bewijs voor het verschil tussen progestagenen.[3][6][11]

De huidige NICE-richtlijn is terughoudend: er is onvoldoende bewijs om vast te stellen of het extra borstkankerrisico bij combinaties met gemicroniseerd progesteron of dydrogesteron verschilt van dat bij andere progestagenen. Dat betekent niet dat alle middelen bewezen even riskant zijn; het betekent dat een verschil nog onvoldoende zeker is.[8]

Waarom zegt Nederlandse informatie soms iets geruststellenders?

Thuisarts vermeldt voor estradiol plus progesteron dat er bij gebruik korter dan vijf jaar waarschijnlijk geen grotere kans op borstkanker is. Deze Nederlandse patiënteninformatie beoordeelt de aanwijzingen dus optimistischer dan NICE. Het woord waarschijnlijk, de specifieke combinatie en de beperkte gebruiksduur zijn essentieel. Dit is geen bewijs voor onbeperkt veilig gebruik, en ook geen garantie op een risicovrije periode tot precies vijf jaar na de start van de behandeling.[10]

Er is ook verschil in de informatie over stoppen: Thuisarts noemt een terugkeer naar het eerdere ziekterisico na twee jaar. Voor borstkanker na gecombineerde systemische therapie kun je daar niet in het algemeen van uitgaan: NICE en de grote analyse uit 2019 beschrijven dat een deel van het extra risico langer dan tien jaar kan aanhouden. Welke hormonen eerder zijn gebruikt en hoelang, maakt daarbij uit.[3][8][10]

De eerlijkste samenvatting: er zijn redenen om geregistreerd estradiol en gemicroniseerd progesteron te overwegen, maar niet om het onderwerp borstkanker uit het behandelgesprek te schrappen.

4. Hoe groot is het risico in gewone aantallen?

“Een hoger risico” klinkt snel als “een grote kans”. Vraag daarom altijd: hoeveel extra gevallen, bij hoeveel vrouwen, over hoeveel jaar, met welke behandeling? Een relatieve stijging van 25% maakt een kans van 4 op 1.000 bijvoorbeeld 5 op 1.000 — niet 254 op 1.000. Dit is alleen een rekenvoorbeeld, geen persoonlijke schatting.

Een schatting voor vrouwen die rond hun 50e beginnen

De internationale analyse in The Lancet uit 2019 combineerde gegevens uit observationele onderzoeken met ruim 100.000 vrouwen die borstkanker kregen. De onderzoekers maakten de onderstaande schatting voor vrouwen met een gemiddeld gewicht in westerse landen. Ze gingen uit van vijf jaar hormoongebruik vanaf 50 jaar, en telden borstkanker over de twintig jaar van 50 tot en met 69 jaar.[3]

Geschatte gevallen per 1.000 vrouwen over twintig jaar — niet over vijf jaar
Gebruik vanaf 50 jaarTotaalExtra ten opzichte van nooit gebruik
Geen hormoontherapie63
5 jaar alleen oestrogeen685
5 jaar oestrogeen + een deel van de maand een progestageen7714
5 jaar oestrogeen + dagelijks een progestageen8320

Leeswijzer: dit zijn afgeronde populatieschattingen, onder de aanname dat de gevonden verbanden grotendeels oorzakelijk zijn. Het zijn geen directe gerandomiseerde vergelijkingen en geen specifieke cijfers voor een estradiolpleister met gemicroniseerd progesteron. De 63 per 1.000 is het gekozen uitgangsrisico voor deze berekening, niet het Nederlandse levenslange risico. Tien jaar gebruik gaf in deze analyse ongeveer tweemaal zoveel extra gevallen als vijf jaar gebruik.

Maar WHI vond met alleen oestrogeen toch juist minder borstkanker?

Ja. Daar verschillen de onderzoeksuitkomsten. WHI onderzocht een bepaald middel bij vrouwen zonder baarmoeder, vaak op een ander moment na de menopauze. Observationele onderzoeken betreffen andere groepen en behandelingen en kunnen vertekend zijn. Die verschillen maken de precieze grootte van het effect onzeker. NICE vat het bewijs voor alleen oestrogeen samen als weinig of geen verhoging van borstkankerrisico. Dit is niet hetzelfde als een algemene bewezen bescherming door elk oestrogeen.[2][8]

Tel cijfers uit verschillende studies niet bij elkaar op. Een jaarlijks WHI-cijfer bij gemiddeld oudere vrouwen en een twintigjaarsschatting vanaf 50 jaar beantwoorden verschillende vragen. Een exact persoonlijk getal is zonder individuele medische gegevens — en zonder voldoende langetermijnonderzoek naar de precieze behandeling — niet verantwoord.

5. Een goede afweging gaat niet alleen over borstkanker

Goed onderbouwde baten

Verlichting kan veel waard zijn

Systemische hormoontherapie — behandeling die in het hele lichaam werkt — is zeer effectief tegen opvliegers en nachtzweten. Als die het slapen verstoren, kan ook de slaap verbeteren. Hormoontherapie remt botverlies en verlaagt de kans op botbreuken tijdens gebruik. Ernstige klachten en verlies van levenskwaliteit zijn volwaardige redenen om behandeling te bespreken.[6]

Geen verjongingskuur

Het behandeldoel telt

Een gunstige afweging bij klachten betekent niet dat alle vrouwen hormonen zouden moeten slikken. Richtlijnen adviseren hormoontherapie niet uitsluitend om hartziekten of dementie te voorkomen. Voor zulke claims is “je hormonen herstellen” geen voldoende onderbouwing.[8]

Pleister of gel: een lager tromboserisico betekent niet dat er geen borstkankerrisico is

Oestrogeen via de huid geeft volgens de beschikbare gegevens een lager tromboserisico dan oestrogeen als tablet. Trombose is een bloedstolsel dat een bloedvat kan afsluiten. NICE beschrijft geen verhoogd risico op trombose in de aderen bij toediening via de huid. Ook voor beroerte is de toedieningsroute relevant. Maar voor borstkanker is niet aangetoond dat een pleister of gel het eventuele extra risico wegneemt. “Veiliger” moet dus altijd worden aangevuld met: voor welke uitkomst?[6][8]

Bij een baarmoeder is bescherming van het baarmoederslijmvlies nodig

Systemisch oestrogeen zonder voldoende progestageen kan het baarmoederslijmvlies laten doorgroeien en de kans op baarmoederslijmvlieskanker verhogen. Daarom is bij een aanwezige baarmoeder doorgaans een geschikte combinatie nodig. Na volledige verwijdering van de baarmoeder kan meestal alleen oestrogeen worden gebruikt; uitzonderingen, bijvoorbeeld vanwege de medische voorgeschiedenis, bespreek je met de arts.[6][8]

Een belangrijk praktisch risico: een op maat gemaakte progesteroncrème op de huid beschermt het baarmoederslijmvlies niet aantoonbaar voldoende. De opname kan te wisselend zijn. De British Menopause Society waarschuwt hiervoor. Dit is iets anders dan een geregistreerde estradiolgel, gecombineerd met een passend voorgeschreven progestageen.[9]

Verminder of schrap progesteron niet zelf om het borstkankerrisico te verlagen. Dosis, schema en duur van de bescherming moeten passen bij de oestrogeenbehandeling.

Een lokaal vaginaal middel is een andere categorie

Laaggedoseerd vaginaal oestrogeen tegen droogheid of pijn bij vrijen wordt maar weinig in het bloed opgenomen en heeft een ander risicoprofiel dan systemische hormonen tegen opvliegers. Gewoonlijk is daarbij geen extra progestageen nodig. Het werkt niet tegen opvliegers. Bij eerdere borstkanker vraagt ook lokaal gebruik om een aparte afweging, zo nodig met de oncoloog. Niet elk vaginaal product is automatisch laaggedoseerd of uitsluitend lokaal werkzaam.[6][8]

Leeftijd, voorgeschiedenis en gebruiksduur

Volgens de Menopause Society is de baten-risicoverhouding vaak gunstig bij hinderlijke klachten als de behandeling begint vóór 60 jaar of binnen tien jaar na de menopauze, en er geen medische redenen zijn om de behandeling af te raden. Dat is vooral een uitspraak over de totale afweging: het heft het mogelijke borstkankerrisico niet op. Bij starten op latere leeftijd of veel later na de menopauze wegen onder meer hart- en vaatrisico's zwaarder.[6]

Een eerdere borstkanker, onverklaard vaginaal bloedverlies, eerdere trombose, beroerte, hartinfarct of ernstige leverproblemen kunnen een reden zijn om systemische hormonen niet te gebruiken of eerst specialistisch advies te vragen. Borstkanker in de familie is niet hetzelfde als zelf borstkanker hebben, maar moet wel worden meegenomen in het uitgangsrisico.

Er is geen universele regel dat iedereen na exact vijf jaar moet stoppen, en evenmin een algemene toestemming voor onbeperkt gebruik. Bespreek de laagste dosis die voldoende helpt en beoordeel periodiek opnieuw of de baten opwegen tegen de risico's. NICE adviseert controle na ongeveer drie maanden en daarna jaarlijks. Bij een zeer vroege menopauze, vooral vóór 40 jaar, is de afweging anders; daarvoor gelden aparte aanbevelingen.[6][8]

6. Veelgehoorde claims: feit of te kort door de bocht?

De claimOordeelWat je wel kunt zeggen
“Het oude onderzoek was fout, dus het gevaar is verzonnen.”OnjuistEr was terechte kritiek op de brede toepassing van de resultaten, maar het verhoogde risico van de onderzochte combinatie is niet verdwenen.
“WHI bewijst dat elk bio-identiek schema gevaarlijk is.”Ook onjuistHet precieze moderne schema werd niet getest. De uitkomsten kunnen niet één-op-één worden overgenomen.
“Bio-identiek betekent natuurlijk, dus veilig.”OnjuistDe structuur alleen zegt onvoldoende over risico's bij een bepaalde dosis, combinatie en gebruiksduur.
“Progesteron lijkt gunstiger dan sommige andere progestagenen.”Plausibel, nog onzekerEr zijn gunstige observationele gegevens, maar geen afdoend bewijs dat er geen extra borstkankerrisico is.
“Met een pleister krijg je geen extra borstkankerrisico.”Niet aangetoondHet voordeel van toediening via de huid betreft vooral trombose en mogelijk beroerte, niet een bewezen uitschakeling van borstkankerrisico.
“Hormoontherapie kan bij overgangsklachten een goede keuze zijn.”JuistVoor veel vrouwen is dat zo, na een persoonlijke afweging. Een klein risico kan aanvaardbaar zijn tegenover grote klachtenverlichting.
“Een speekseltest maakt een hormoonmengsel precies op maat en veilig.”Niet onderbouwdEr is geen betrouwbare onderbouwing voor routinematige speeksel- of urinetests om zulke mengsels te doseren. Een bloedtest kan soms een gericht medisch doel hebben, maar bewijst niet dat een behandeling geen kankerrisico geeft.[6][7]

7. Wat betekent dit concreet voor jou?

De eerste stap is niet kiezen tussen “de hormonen zijn gevaarlijk” en “ze kunnen geen kwaad”. De eerste stap is vaststellen wat je precies gebruikt en hoeveel baat je ervan hebt. Een foto van de verpakking of een apotheekoverzicht maakt het gesprek concreet.

  1. Welke werkzame stoffen, dosis en toedieningsvorm gebruik je? Estradiol, progesteron, een ander progestageen, een combinatie of nog andere hormonen? Geregistreerd of speciaal samengesteld? Alleen lokaal vaginaal of systemisch?
  2. Heb je nog een baarmoeder? Zo ja: is de bescherming van het baarmoederslijmvlies passend bij je oestrogeendosis en schema?
  3. Wanneer ben je begonnen en hoe lang gebruik je de middelen al? Noteer je leeftijd, het moment van de laatste natuurlijke menstruatie en eerdere hormoonbehandelingen.
  4. Hoeveel helpen de hormonen? Bijvoorbeeld minder opvliegers, beter slapen, weer kunnen werken of minder pijn. De ernst van de oorspronkelijke klachten hoort nadrukkelijk in de afweging.
  5. Wat is je persoonlijke uitgangsrisico? Bespreek eigen borstafwijkingen of borstkanker, familiegeschiedenis, trombose, hart- en vaatziekten, bloeddruk, roken, alcohol en andere relevante aandoeningen.
  6. Wat weten we specifiek over dit behandelschema, en wat niet? Vraag of “veiliger” gaat over borstkanker, trombose of baarmoederslijmvlieskanker. Vraag zo mogelijk om absolute aantallen én de bijbehorende periode.
  7. Wat is het controleplan? Wanneer evalueren, welke klachten melden en welke alternatieven zijn passend als de balans verandert? Deelname aan het reguliere bevolkingsonderzoek blijft belangrijk; screening neemt het risico van de behandeling niet weg.

Laat een nieuwe knobbel in de borst, tepelverandering of onverklaard/nieuw vaginaal bloedverlies beoordelen. Dat betekent niet automatisch kanker, maar hoort niet te worden afgedaan als “dat zijn gewoon de hormonen”.

Een eerlijke formulering voor het gesprek met je behandelaar:
“Het klopt dat het oude onderzoek te breed is uitgelegd en dat moderne behandelingen anders kunnen zijn. Maar bio-identiek is geen garantie op nul risico. Laten we kijken of bij jouw specifieke behandeling de verlichting van je klachten blijft opwegen tegen de risico's.”

8. Hoe dit dossier is samengesteld

Dit is een gerichte literatuurverkenning, geen volledige systematische review en geen individuele medische beoordeling. De nadruk ligt op oorspronkelijke studies en grote beroepsrichtlijnen, niet op verkoopwebsites of losse opiniestukken. Ook is in Europe PMC gericht gezocht naar publicaties uit 2024–2026 over gemicroniseerd progesteron en borstkanker. Bronnen zijn op 20 september 2026 geraadpleegd; de publicatiejaren staan hieronder.

  • Gerandomiseerd onderzoek: loting maakt behandelgroepen gemiddeld beter vergelijkbaar; sterk voor oorzaak en gevolg, maar alleen voor de onderzochte middelen en populatie.
  • Observationeel onderzoek: waardevol voor langdurig gebruik en verschillende preparaten, maar gevoeliger voor verschillen tussen gebruikers en niet-gebruikers.
  • Richtlijnen: wegen alle beschikbare onderzoeksgegevens in samenhang. Waar gezaghebbende bronnen verschillen, is dat hierboven expliciet gemaakt in plaats van één geruststellende of alarmerende bron te kiezen.

De NHG-standaard zelf was tijdens deze raadpleging technisch niet rechtstreeks toegankelijk. De openbare, door NHG en FMS ondersteunde patiënteninformatie van Thuisarts is wel gelezen. De conclusies worden daarnaast gedragen door rechtstreeks geraadpleegde internationale richtlijnen en onderzoeksartikelen.

Bronnen en wat ze wel en niet aantonen

  1. WHI — oorspronkelijke gecombineerde trial (2002). Rossouw e.a., Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women. JAMA. Gerandomiseerde vergelijking van CEE + MPA met placebo. Niet een test van een estradiolpleister plus gemicroniseerd progesteron.
  2. WHI — langdurige follow-up van beide trials (2020). Chlebowski e.a., Association of Menopausal Hormone Therapy With Breast Cancer Incidence and Mortality During Long-term Follow-up of the Women's Health Initiative Randomized Clinical Trials. JAMA. Maakt het belangrijke onderscheid tussen CEE alleen na baarmoederverwijdering en CEE + MPA bij een aanwezige baarmoeder.
  3. Internationale analyse van observationele studies (2019). Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer, Type and timing of menopausal hormone therapy and breast cancer risk. The Lancet. Onderbouwt de twintigjaarsschattingen, de rol van gebruiksduur en de onzekerheid over verschillen tussen preparaten. Verbanden zijn niet hetzelfde als door loting bewezen effecten.
  4. Frans E3N-cohort (2008; online 2007). Fournier e.a., Unequal risks for breast cancer associated with different hormone replacement therapies. Breast Cancer Research and Treatment. Belangrijke bron voor een mogelijk gunstiger profiel van progesteron en dydrogesteron; observationeel, dus geen sluitend bewijs van afwezig risico.
  5. Systematisch overzicht progesteron versus synthetische progestagenen (2016). Asi e.a., Progesterone vs. synthetic progestins and the risk of breast cancer: a systematic review and meta-analysis. Systematic Reviews. Slechts drie observationele studies; vergelijking tussen behandelingen, niet bewijs dat progesteroncombinaties even veilig zijn als geen behandeling.
  6. The Menopause Society / NAMS — behandelrichtlijn (2022). The 2022 hormone therapy position statement of The North American Menopause Society (PDF). Baten-risicoafweging, leeftijd en startmoment, contra-indicaties, lokale therapie, bio-identieke preparaten en het ontbreken van gerandomiseerde onderzoeksgegevens over borstkankerrisico.
  7. ACOG — consensus over samengestelde preparaten (2023). Compounded Bioidentical Menopausal Hormone Therapy. Clinical Consensus No. 6. Geen onderbouwing voor routinematige voorkeur voor speciaal samengestelde mengsels boven beschikbare geregistreerde producten. Amerikaanse regelgevingscontext.
  8. NICE — Menopause: identification and management, NG23. Aanbevelingen; vooral paragraaf 1.6, tabellen 1 en 2, en paragrafen 1.5, 1.8 en 1.9. De hier gebruikte aanbevelingen over borstkanker komen uit de herziening van 2024; de actuele webversie is geraadpleegd. De richtlijn noemt expliciet dat er onvoldoende bewijs is voor een verschil in borstkankerrisico tussen gemicroniseerd progesteron of dydrogesteron en andere progestagenen.
  9. British Menopause Society — bescherming baarmoederslijmvlies (mei 2026). Progestogens and endometrial protection (PDF). Bescherming moet passen bij oestrogeendosis en gebruiksschema; waarschuwing voor onvoldoende onderbouwde opname en bescherming door samengestelde progesteroncrèmes.
  10. Thuisarts — Nederlandse patiënteninformatie (gewijzigd 17 augustus 2026). Ik wil misschien hormoontherapie tegen opvliegers in de overgang. Praktische Nederlandse context. Verschillen met NICE over zekerheid en resterend risico na stoppen zijn in dit dossier uitdrukkelijk benoemd.
  11. Recent overzichtsartikel (2026). Menopausal hormone treatment and breast cancer. De bibliografische gegevens en samenvatting zijn geraadpleegd via Europe PMC (PMID 41619758), niet de volledige betaalde tekst. Bevestigt dat een lager risico met progesteron/dydrogesteron op observationele gegevens berust en niet door gerandomiseerd vergelijkend onderzoek is vastgesteld.
  12. WHI — oorspronkelijke trial met alleen oestrogeen (2004). Anderson e.a., Effects of conjugated equine estrogen in postmenopausal women with hysterectomy. JAMA. Het auteursabstract is geraadpleegd via Europe PMC (PMID 15082697). Geen aangetoonde stijging van borstkanker in deze trial; wel meer beroertes.
  13. FDA — bevestiging van wijzigingen in de productinformatie (12 februari 2026). FDA Approves Labeling Changes to Menopausal Hormone Therapy Products. Officiële bevestiging voor zes producten, niet een nieuwe veiligheidstrial. De volledige herziene productinformatie van alle afzonderlijke producten is voor dit dossier niet onderzocht.

Terug naar boven ↑